Spiritueel Café, 1 december Spiritueel Café, 1 december
Zondag 1 december “Het Kruispunt” aanvang 15:30 uur. Zaal open vanaf 15 uur.
“Waar ben je nu?” – over de dood van onze  dierbaren.
Spreker : Wim Jansen Theoloog, schrijver en dichter.
Wim Jansen is emeritus predikant van Vrijzinnig Delft en de Vrijzinnige Koorkerkgemeenschap in Middelburg en hij schrijft voor www.ongrond.nl een website over contemplatie en mystiek
In de proloog van zijn boek Waar ben jij nu schrijft Jansen een brief aan een vriend, nadat hij dodelijk verongelukte:
“Jij weet het nu -zeggen ze dan. Jij weet nu hoe het onbekende land er uit ziet. Maar misschien weet je helemaal niets. Waar ben je? Waar en hoe kom ik jou op het spoor? En met jou al die andere dierbaren die mij ontvallen zijn. Ik ga met jou nadenken over de plek waar jij nu bent. Ik wandel met jou langs allerlei posities die mensen kunnen innemen in hun denken over de dood.”
Jansen zal deze middag van het Spiritueel Café met ons op zoek gaan en proberen helderheid te scheppen in de verwarrende delta van visies op de dood.
Hij schreef zijn boek voor ieder die een dierbare verloor aan de dood. Het biedt perspectief voor hen die zich niet meer kunnen vinden in het traditionele hemelgeloof, maar evenmin genoegen nemen met “dood is dood”.
Jansen zal tijdens de lezing ook putten uit boeken die na Waar ben je nu ? zijn verschenen.
In zijn laatste boek O hemel zei de krokodil , 52 dierenverhalen voor jong en oud om zoiets als God ter sprake te brengen wil hij ‘God’ weghalen uit de sfeer van feitelijkheid, bestaan of niet bestaan, geloven of niet-geloven en het brengen waar het volgens hem thuishoort: in de verbeelding van de taal.
Over zijn boek Waar ben je nu ? schreef een recensent ‘Een beeldschoon boek over een pijnlijk onderwerp’. De commissie van het Spiritueel Café nodigt u uit voor een boeiende en mooie middag.
 
De commissie Spiritueel Café
Meer info : www.wimjansen.nu


Hier volgt een boekbespreking van "Waar ben je nu?" door Hans van Kempen.
              
      
De schrijver
Wim Jansen was predikant voor de PKN in Brouwershaven en de Vrijzinnig Hervormden in Delft. Hij publiceerde onder meer Popmuziek en Geloof, Het geheim van de liefelijkheid en Voorbij de leegte.
Inleiding
Dit  boek schrijft ds. Wim Jansen na het plotseling overlijden van zijn vriend dr. Jaco Schouwenaar (historicus). Jansen wordt geconfronteerd met een woud aan onoplosbare raadsels zoals : “Waar ben je nu , Leef je voort en Hoe leef je voort?”. Deze vragen worden de laatste tijd volop gesteld. Nu de christelijke hemel als finaal rustoord voor velen is weggevallen, zoeken mensen gretig naar een alternatief. Er zijn vele mogelijkheden van “dood is dood” tot “oma is een sterretje”. Jansen zoekt in deze verwarrende delta zijn eigen positie met als uitgangspositie “hoe belangrijk is het individu in het licht van de eeuwigheid?”. In gesprek met zijn overleden vriend als kritisch tegenover zoekt de schrijver zijn antwoord. In een zestal hoofdstukken, die hij steeds afsluit met een brief aan zijn vriend neemt hij de lezer mee op zijn ontdekkingstocht. Over de band met zijn vriend schrijft hij : “Dat ze als zielsverwanten waren, in emotionele en rationele beleving verschillend maar toch hadden zij een gedeelde kern gemeen”.
Eerste verkenningen.
“Niet de dood is het probleem, maar het leven”( Willem Wilmink). Met deze uitspraak begint de schrijver het eerste hoofdstuk. Hij wil een lans breken voor “zuster dood” zoals Franciscus van Assisi de dood noemt in zijn Zonnelied. Jansen zegt dat wij de dood van onze geliefden en onszelf niet natuurlijk niet willen. Het voelt geamputeerd, de jeu is er af. Voor hen die achterblijven is de dood een probleem. Aan de andere kant is het leven onbestaanbaar zonder de dood. Bij de mens hoort tijdgebondenheid, zonder dit “voorbij” zouden wij het leven niet op waarde schatten. De tijdelijkheid van het leven dwingt ons om het intens te ondergaan. De dood beklemtoont de eindigheid en broosheid van onze relaties. Dat maakt ze kostbaar en diepgaand. Het weten dat wij eindig zijn doet ons verlangen naar wat er mogelijk achter de horizon ligt. Jansen :”Of er werkelijk iets is dat aan dat verlangen beantwoordt, kan ik niet beoordelen. Ik weet wel dat dit verlangen reëel is en dat het beste in de mens omhooghaalt”.
De gedachte van de dood horend  bij het leven vindt de schrijver terug in de Bijbel met namen in de Psalmen en Prediker. Jansen heeft niets met de gedachte in de neurobiologie dat “dood, dood is”. Hij neemt mensen met een bijna dood ervaring serieus, maar hij heeft problemen met onze individualistische en ego gerichte cultuur waarin deze verhalen een rol spelen. Hij zoekt naar een levensgevoel waarbij je menselijk en persoonlijk kunt blijven zonder individualistisch uit de bocht te vliegen.
Het grote werk.
Jansen is gefascineerd door de natuur en stelt: “ Wat de  natuur uit zichzelf doet, is iets wat de mens moet leren, namelijk dienen”. De mens kan toegroeien naar een realistische inschatting van de plaats van ons “ik” in het universum “. Voor de schrijver is dat een troostrijke gedacht. Jansen volgt het spoor van Franciscus van Assisi die een evenwichtige onderlinge verbondenheid van mens en aarde voorleefde. De mens heeft de taak de aarde te dienen en te bewaken. Als het om sterven gaat, de mens keert terug in de aarde. Jansen: “Wat een rust gaat daar van uit”. Naast het dienen staat voor de schrijver de liefde zoals die in Christus gestalte heeft gekregen centraal. Jansen koestert naast het aardse leven hoop op het mysterie, het verticale. Dit nog grotere geheel noemen wij doorgaans God. Voor Jansen is God het ultieme, dat hij niet benoemen noch bezitten kan. Hij heeft geen Godsbewijs nodig maar als hij luistert naar Bach hoort hij zo’n  raadselachtige schoonheid dat hij zich daarbovenuit geen God hoeft te denken. Dat is God. 
Waar ben je nu
Ds. Jansen gebruikt het Hebreeuwse woord nefesj ,levensadem en hij gaat op zoek naar plekken in het Oude Testament waar het woord voorkomt. Kenmerkend voor het woord nefesj is het verlangen naar God. Als nefesj een persoon was zou je kunnen zeggen , hij verlangt naar de eenwording met God, zo men wil de terugkeer in God. De schrijver vindt het woord vooral terug in de Psalmen en Prediker. Met het opstandingsgeloof zoals dat ontstaat is ten tijde van het Vroege Christendom voelt Jansen zich niet verwant. Hij ziet opstanding als een geloofservaring: een innerlijke opstanding. Jansen bidt ook het Onze Vader maar in het besef dat God niet echt een ‘vader ’is maar oneindig veel meer. Jansen : “Waar ik mee te maken heb is de ervaring van God als werkelijkheid in mijn leven, als de ultieme werkelijkheid”. Jansen verkondigt in dit boek de dood van het individu. Hij doet dit om God volledig God te laten zijn. Hij schrijft: “ Niet is heerlijker dan te beseffen dat alles van God er al is, dat God alles is en veel meer dan alles”. Het enige wat ons ontbreekt is de bewustwording daarvan. Hij verheugt zich in zijn proces van voortschrijdende inzicht dat  individualiteit een uitvloeisel is van God, bestemd om terug te keren in de eenheid van God. Zijn laatste brief aan zijn gestorven vriend verwoordt het zo:

Jij behoort tot de onzichtbare wolk van geliefden om mij heen. En in die zin behoor je tot de onzichtbare wolk van God. Jullie: mijn ouders, zoveel anderen en jij, zijn samengevallen met God. Zoals God mij omgeeft in mij is als diepste bron, als gidsende stem en als onuitputtelijke kracht tot liefde, zo ben jij ook in mij.
Je bent één met God.
Je bent niet dood.
Je bent God.

Persoonlijke noot
Ds. Wim Jansen verbindt persoonlijke ervaringen met leven en dood met abstractere reflecties. Hij gebruikt bij zijn reflecties inzichten uit het Joodse geloof , het christendom en uit het hindoeïsme. Dat doet hij knap. Maar het mooiste in zijn boek  vind ik zijn brieven aan zijn gestorven vriend. De gedachte uit de laatste brief dat zijn vriend is  teruggekeerd  naar God en in zijn naasten voortleeft vind ik een troostrijke gedachte.

Hans van Kempen.
 
terug